U bent hier: In de pers Drugsbeleid op drijfzand

Drugsbeleid op drijfzand

29 februari 2012 - De Groene Amsterdammer - De Nederlandse hennepteelt moet worden aangepakt, vooral omdat tachtig procent zou worden geëxporteerd, zegt de Taskforce. Ongefundeerde aannames, zeggen anderen. 'Justitie creëert zijn eigen criminaliteit.'

'Dat cijfer van die tachtig procent spookt al een hele tijd rond. Een paar jaar geleden vroegen buitenlandse collega's me: "Wordt echt tachtig procent van jullie illegale wietproductie geëxporteerd?" Ze waren verbaasd. Zij hadden nergens last van. Ze werden niet overspoeld met nederwiet.' Volgens Franz Trautmann, hoofd van het programma Internationalisering bij het Trimbos Instituut, is er iets grondig mis. Niet buitenlandse experts beschuldigen Nederland van grootschalige export van drugs, maar de Nederlandse politie zélf - de Taskforce Georganiseerde Hennepteelt, om precies te zijn. 'Maar de politie heeft niet de data om het hard te maken', zegt hij.

Vier jaar lang was er geen plenair debat in de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van het Nederlandse drugsbeleid. Donderdag 1 maart debatteren de volksvertegenwoordigers eindelijk weer over het dossier dat niet alleen diep ingrijpt in de volksgezondheid en de openbare orde, maar ook in het nationale zelfbeeld. Want op het gebied van de cannabis - en daarover zal de discussie vooral gaan - voerde Nederland sinds de jaren zeventig een succesvol pragmatisch beleid dat inmiddels brede navolging heeft gevonden. Niet alleen binnen de Europese Unie, ook ver daarbuiten.

Maar onder aanvoering van de landelijke Taskforce Georganiseerde Hennepteelt veranderde het imago. De ontspannende joint waaraan niemand dure politiecapaciteit wilde verspillen, is inmiddels symbool van criminaliteit en gewelddadigheid. Het is in deze sfeer dat het onderscheid tussen soft- en harddrugs vervaagt, de wietpas voor coffeeshopbezoekers wordt ingevoerd, met het gevaar dat oncontroleerbare, illegale straathandel opleeft. Tijdens een debatavond in Amsterdam liet minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (vvd) zich onlangs ontvallen dat hij softdrugs het liefst zou laten verbieden. In de afgelopen vier jaar was het vooral de strafrechtelijke keten die de toon zette - en niet, zoals daarvoor, de volksgezondheidssector.

Het zijn de Taskforce-cijfers over de export van Nederlandse cannabis (in de vorm van wiet) die de discussie domineren. De Taskforce wordt geleid vanuit de strafrechtelijke keten, door politie en Openbaar Ministerie. Geregeld doet de Taskforce invallen in loodsen en stads-panden, op zoek naar hennepplantages. Met een speciale drone wordt vanuit de lucht naar wiet gespeurd. De afbeelding die de Taskforce veel gebruikt moet elke gedachte aan een gedoogbeleid vakkundig de nek omdraaien: een met bloed besmeurd wietblad.

Het Trimbos Instituut kan zich niet vinden in de cijfers van de Taskforce. Een van de belangrijkste financiers van het instituut is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dat in Nederland nog altijd het primaat heeft over het drugsbeleid. Maar ook al menen wetenschappers dat de cijfers op drijfzand zijn gebaseerd, ze hebben zich als een hardnekkig virus genesteld in het maatschappelijke debat.

Twee overheidsinstituten die zich vanuit een volstrekt tegengestelde visie bezighouden met het Nederlandse drugsbeleid - repressie versus harm reduction. En die laatste begint het pleit te verliezen. Het Trimbos Instituut kreeg geen toegang tot de achtergrond van de claim van de Taskforce over het enorme export-percentage, dat omgerekend tussen de 258.000 en 613.000 kilo cannabis zou bedragen (volgens cijfers van de Taskforce). Ook al probeerde Margriet van Laar, hoofd van het programma Drug Monitoring, dat meermaals. Ze kende een schatting van tussen de twintig en de tachtig procent van het klpd (Korps Landelijke Politiediensten). 'Dat is een enorme range. Binnen de Taskforce werd gezegd dat het eerder tachtig dan twintig was. Op basis van gegevens die niet openbaar zijn, ook niet voor mij.' Dit is zeer relevant voor het beleid, benadrukt Van Laar: 'Een argument om de achterdeur van de coffeeshop te reguleren is dat je de wind uit de zeilen neemt van de georganiseerde criminaliteit. Maar als tachtig procent naar het buitenland gaat wordt dat lastig. Dan kan het reguleren nog steeds voordelen hebben, maar dan moet je niet de pretentie hebben de georganiseerde criminaliteit een slag toe te brengen. Als het die twintig procent zou zijn, dan lukt dat wel. Maar wij krijgen absoluut niet de gelegenheid de cijfers te verifiëren.'

Lees het volledige artikel bij 'De Groene Amsterdammer'

v o o r l i c h t i n g

wat is wiet?bottom01 wat is hasj?bottom02 wat is een joint?bottom05 wat is blowen?bottom03 verstandig gebruik!bottom04